Tatoeages: wat piercings in de jaren negentig waren

Tatoeages. Ze lijken te zijn wat piercings waren in de jaren ’90 en dan vooral de navelpiercings. Alle hippe mensen die wat lijken te betekenen hebben er eentje. Het na het andere boyband-lid neemt er één, twee. En waarom niet gewoon meteen vijf?

Niet langer ordinair

Ik weet het niet zeker, maar volgens mij is dat nu veel meer dan toen ik een tiener was. Was je vroeger ‘ordinair’, nu hebben allerlei soorten mensen een tatoeage. Niet langer hebben vuilnismannen en motorbendes ze, maar misschien ook wel de accountant in zijn keurige maatpak met krijtstreep. Of verbergt de chirurg er eentje onder haar witte jas.

Werken en tatoeages

Het kan mij persoonlijk niet schelen of het kassameisje er eentje heeft of de ober in een restaurant. Maar sommige bedrijven doen er nog altijd zo krampachtig over dat ik denk: leven jullie in de jaren veertig? Maakt een plaatje op iemands arm iemand viezer, minder goed in zijn werk?

Natuurlijk moet je bij sommige banen er misschien beter over nadenken, omdat je bijvoorbeeld een voorbeeldrol hebt en je het niet al te lichtzinnig op moet vatten. Want de plaatjes kunnen dan misschien wel weg, het kost een hoop geld.

Alle soorten en maten

Ik vind tatoeages gaaf. Niet alle, want ik vind sleeves bijvoorbeeld niets. Of zoals sommige artiesten van top tot teen onder zitten, vind ik ook minder. Maar goed, het is hun leven, hun geld, hun lijf.

Als mijn niet-bestaande vriendje zijn hele lijf vol zou willen laten zetten, zou ik hem zijn gang laten gaan. Ik vind niet dat je iemand iets kunt verbieden in dit geval. Alleen bij een naam zou ik wel even vragen of hij daar duizend procent zeker van zou zijn.

Ik hou van kleine tatoeages, plaatjes die je kunt ‘verstoppen’ onder je kleding. Langs de ronding van je voet, in het midden. Op je pols, al is dat misschien minder goed te verbergen. In je nek. Tussen je vingers. Ook op je zij vind ik een gave plek, net als op je voet of enkel.

Twijfelen

Zelf wil ik er ook eentje – minstens – en twijfel ik al een paar jaar. Eerst wilde ik een zwaluw, vervolgens een paar sterretjes. Toevallig in de tijd dat ze populair waren en ik ben blij dat ik ze toen niet genomen heb. Niet omdat ik ze nam vanwege de populariteit, want ik heb altijd al van sterren gehouden en voor mij staat een vogel voor vrijheid.

Inmiddels zit ik al een paar jaar met hetzelfde idee: ik wil een tekst op mijn rechterpols. De tekst is ook al een tijdje hetzelfde: ‘We live and breathe words.’ Een van mijn favoriete quotes van Cassandra Clare, omdat het voor mij zo voelt. I live and breathe words. Ik lees niet alleen veel, maar ook de liefde voor schrijven zit erin verwerkt.

Drie jaar wachten en betekenissen

Ik twijfel niet alleen omdat het veel geld kost, maar om meer redenen. Het plaatje zit min of meer voor altijd, je moet het al die jaren mooi blijven vinden. Jaren en jaren moet je het mooi vinden. Ik heb weleens de tip gekregen: ‘Denk drie jaar na over of je een tatoeage wil voor je hem laat zetten.’ Dat vind ik een goed gegeven, voor mij in elk geval.

En voor mij moet er ook altijd een betekenis aan zitten. ‘Zomaar voor de leuk’ eentje laten zetten zou voor mij niet aan de orde zijn. Er moet voor mij iets achter zitten. Dat kan een gedachte zijn, maar ook een herinnering aan een dierbaar iemand die er niet meer is, bijvoorbeeld.

Voor altijd is enger dan pijn

En ‘voor altijd’ is een beetje een dingetje voor mij. Dat vind ik eng. Ik ben niet bang voor de naalden of voor de pijn. Nee, ik ben bang dat ik het na een tijdje niet meer leuk vind.

Bij piercings was ik altijd bang voor de pijn, vooral in je lip. Ik wilde wel altijd graag een lippiercing. Alleen ik was bang dat het zeer zou doen. En ik vond mezelf er niet het type voor. Niet edgy, niet emo genoeg. Ik was altijd bang dat het als een vlag op een modderschuit zou staan.

Nog steeds heb ik een ding voor lippiercings trouwens. Ook voor jongens die er één dragen. Sommigen komen er goed mee weg, zorgt het er zelfs voor dat de jongen in kwestie er nog leuker – of lekkerder – door wordt. En sommige tatoeages zorgen daar ook voor.

Ik twijfel in elk geval nog even. Want als ik al drie jaar twijfel, wil ik het dan wel echt?

3 comments

  1. Ik hou zelf juist van grote tattoos. Ik kan ze ook niet allemaal tellen, omdat sommige van mijn tattoos een groter geheel zijn geworden. Ik heb geen moeite met “voor altijd”. Nou heeft dat er ook wel mee te maken dat ik ooit een slechte diagnose heb gehad, het gelukkig allemaal heb overleefd en ik nu vind dat het leven te kort is om niet gewoon te doen wat ik wil. Ik maak me er niet druk om of ik het over 10 jaar nog wel mooi vind.
    Toen ik in de jaren 90 mijn eerste tattoo liet zetten moest ik hem bedekken als ik met mijn moeder naar buiten ging, anders mocht ik niet mee. Nu heeft ze er zelf een.

    Qua twijfelen kan ik je maar 1 tip geven: Als je er 3 jaar over na moet denken, dan is dit niet wat je wil. Als je de juiste tattoo tegen komt, dan is er een klik waardoor je het zo snel mogelijk wil laten doen. Zo niet, dan niet doen!

    Beantwoorden

  2. Ik heb geen drie jaar gewacht, maar voor mij zat er dan ook een speciale betekenis aan de dag dat mijn man en ik hem – vlak na elkaar, bij dezelfde tatoeëerder – lieten zetten. Het was namelijk een jaar na mijn mans zelfmoordpoging, en we hebben allebei nu een tatoeage met een semicolon, wat staat voor ervoor kiezen om door te gaan met je verhaal. Ik heb wel eens gedacht dat het misschien wel erg snel was, maar ik wilde al zeker vijftien jaar een tatoeage, wat voor een dan ook 😉

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *