Hoe kippensoep een trigger was

Laat ik vooropstellen: ik heb geen officiële diagnose. Alleen die van mijn autisme staat zwart op wit, ooit gediagnosticeerd door een nare psychiater die zijn werk met het plebs duidelijk niet leuk vond, omdat hij nogal neerbuigend deed. Die man is verder niet echt van belang.

Ik heb die dwangneurose, daar ben ik na al die tijd wel achter. Ik hoef geen papiertje te weten waar ik aan lijd, want dat weet ik. Net als dat ik mezelf compleet herken in dyspraxia. En ik weet ook precies waar het vandaan komt: een foutje uit mijn jeugd dat grote gevolgen heeft gehad. Of mijn autisme, want daar schijnt het ook mee samen te hangen.

Stiekem is het heel zielig om te bedenken dat deze opgegeten worden. Of zijn.

Kippensoep
Ik zal een jaar of vijf, zes geweest zijn. We gingen destijds elke vrijdagmiddag zwemmen, want dan was ik vrij. Zo ook die bewuste vrijdagmiddag. Na afloop dronken we nog wat in het zwembadrestaurant (leuk woord voor galgje) toen mijn moeder zich ineens realiseerde dat de kippensoep nog opstond. En dat we nu misschien wel brand in de flat hadden.

Ze belde een kennis met de telefoon van het zwembad (pre-mobieltjes tijdperk) die brand nog net wist te voorkomen, maar in mijn hoofd was ons huis in vlammen opgegaan. Al mijn knuffels, mijn Barbies, alles zou weg zijn. Spoiler: alles was er (uiteraard) nog.

Check. Dubbelcheck. Driedubbel check. Heb ik de achterdeur wel op slot gedaan?

Na die dag werd mijn vraag steevast bij het verlaten van de flat: ‘Heb je het gasfornuis wel uitgezet?’ Zo jong als ik was, ik had het allemaal dondersgoed door. Als kind had ik er verder vrij weinig last van, maar als puber kwam het terug.

Alle stekkers moesten eruit als ik wegging en dat moest ik nakijken, nog een keer nakijken en nog een keer. Net zo lang tot ik het zeker wist (nooit). Ik ging liever eerder weg als mijn moeder ging dan dat ik alleen het huis af moest sluiten. Ik was als de dood dat het mis zou gaan en dat het mijn schuld is.

Ik heb er nooit een behandeling voor gehad, dus vandaag de dag heb ik er nog steeds last van. Op sommige dagen gaat het goed en hoef ik maar een keer te checken, maar er zijn ook dagen dat ik er wel een halfuur mee bezig ben. En vooral als ik haast heb, gaat het mis. Alsof het misgaat wanneer mijn brein met andere, veel belangrijke dingen bezig gaat. Misschien ontstaat er dan wel een soort van kortsluiting.

Als ik zenuwachtig ben, is het ineens ook tien keer zo erg trouwens, maar dat weet ik inmiddels.

Symptomen
‘Bij dwanghandelingen voel je de drang bepaalde handelingen steeds opnieuw uit te voeren; je hebt jezelf niet onder controle.’- bron

Er is een stemmetje dat fluistert: ‘Maak voor de zekerheid nog een rondje door het huis. Heb je alle stekkers er echt uitgetrokken? Zijn alle lichten en kranen echt uit? Heb je het gecheckt? Doe het nog maar een keer, dan weet je het zeker.’

Ermee leven
Soms probeer ik mezelf uit te dagen door weg te gaan, terwijl de stekkers nog in het stopcontact zitten of een lamp nog aan is. Soms gaat het goed, soms helemaal niet. Er zijn dagen dat ik wel even naar de brievenbus kan lopen (10 minuten), maar er zijn die ook dat ik niet eens de kliko buiten kan gaan zetten zonder dat ik het licht uitdoe.

De buren denken inmiddels vast dat ik compleet gestoord ben en mijn moeder ergert zich kapot, maar ik ben eraan gewend. Dit is mijn leven. Ik zou in therapie kunnen gaan, maar voor nu is het te doen. Het is niet ideaal, maar dat zijn wel meer dingen niet.

Toch hoop ik ooit dat ik er in mijn eentje vanaf kom en dat vervelende stemmetje nooit meer hoef te horen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *